Schenking bij aflossing overbedelingsschuld
5 juni 2026
Je hebt een overbedelingsschuld aan je kind en besluit om deze af te lossen. Is hier sprake van een schenking en zo ja, hoe bereken je deze schenking?
Je hebt een overbedelingsschuld aan je kind en besluit om deze af te lossen. Is hier sprake van een schenking en zo ja, hoe bereken je deze schenking?

Schenking bij aflossen nominale waarde
Het aflossen van een schuld is normaal gesproken geen schenking. Dat kan anders zijn als je meer aflost dan de waarde van de schuld.
Een overbedelingsschuld is minder waard als je deze aflost voor je overlijden. Dit komt omdat je deze schuld pas hoeft af te lossen bij je overlijden. Als je daarom een overbedelingsschuld eerder aflost tegen de nominale waarde, los je meer af dan dat de schuld waard is.
Daarom is sprake van een schenking als je onverplicht en voortijdig (dus voor je overlijden) een hoger bedrag dan de contante waarde van de overbedelingsschuld aflost.
Berekening contante waarde
Hoe bereken je die contante waarde? Dat moet je doen tegen de marktrente, maar voor overbedelingsschulden bestaat geen markt. Daarom kan je voor de rente aansluiten bij een jaarlijks door de Belastingdienst gepubliceerde marktrente. Voor 2026 bedraagt deze marktrente 2,593%.
Voorbeeld
X is 81 jaar en heeft een renteloze overbedelingsschuld aan zijn kind van € 100.000. Bij een resterende levensverwachting van vijf jaar wordt de contante waarde als volgt berekend: € 100.000/1,02593^5 = € 87.986.
Hoogte schenking
Als X de overbedelingsschuld uit het voorgaande voorbeeld volledig aflost tegen de oorspronkelijke nominale waarde van € 100.000, is er sprake van een schenking.
De hoogte van die schenking wordt als volgt berekend: bij schulden met minder dan 6% samengestelde rente word je als ouder geacht het (fictieve) vruchtgebruik over die schulden te hebben. De vervroegde aflossing is dan het prijsgeven van dit vruchtgebruik.
Vervolg voorbeeld
Het vruchtgebruik berekend volgens de daarvoor bestemde tabellen in de successiewet bedraagt 24%. Dit betekent dat het vruchtgebruik op de schuld van € 100.000, € 24.000 bedraagt en de bloot-eigendom € 76.000. Als X € 100.000 aflost, bedraagt de schenking € 100.000 minus € 76.000 = € 24.000. Lost X minder af, bijvoorbeeld € 90.000? Dan bedraagt de schenking € 90.000 minus € 76.000 = € 14.000.